Oplegsloten
montagetips & oplossen problemen

Montagetips   Oplegslot werkt niet goed

Het monteren van oplegsloten hoeft niet al te lastig te zijn maar vraagt wel enige nauwkeurigheid. Dat geldt met name voor de montage van de modellen met een losse staartcilinder. Belangrijk allereerst is dat je het juiste slot aanschaft, d.w.z. dat het de juiste draairichting en maatvoering heeft. Weet je niet zeker welk slot je moet aanschaffen, kijk dan eerst bij aanschaf oplegslot...

Oplegslot onderdelen

Meestal gaat het bij het monteren van oplegsloten om de vervanging van een bestaand slot. Je krijgt dan te maken met een bestaand cilindergat en met bestaande, in deur en kozijn uitgehakte uitsparingen. De bij de oplegsloten geleverde montagehandleidingen zijn in dat geval gewoonlijk niet erg bruikbaar omdat ze gericht zijn op nieuwmontage.

Werken oplegsloten niet goed dan hoeven ze overigens lang niet altijd te worden vervangen. Vaak is de slechte werking het gevolg van verkeerde montage of van de geleidelijke werking van deur en/of kozijn (waardoor slot en sluitkom niet meer goed corresponderen).
Lees verderop deze pagina hoe je oorzaak en oplossing van problemen kunt bepalen.

Montagetips voor het vervangen van oplegsloten

  • Soms is het in de deur bestaande cilindergat te klein voor de cilinder van het nieuwe slot. Is de aanpassing die nodig is gering, dan kun je het gat ruimen met een ronde vijl. Doe dit niet willekeurig; houd rekening met de doornmaat en met de bestaande afdruk van de cilinderrozet (de doornmaat is de afstand van de voorplaat van het slot tot het staartgat).
Gatenzaag
  • Is het bestaande cilindergat véél te klein dan kun je het best een gatenzaag gebruiken om het gat te ruimen (één met dezelfde diameter als de de cilinder). Doe dit alleen vanaf de binnenzijde. Een gatenzaag heeft namelijk de neiging weg te rollen. Begin je vanaf de buitenzijde en rolt de boor per ongeluk weg dan zit je met een lelijk tandenspoor op je deur (aan de binnenzijde maakt dit niet uit; daar wordt immers het slot overheen geplaatst).

    Wees voorzichtig, als je een de gatenzaag gebruikt, met het doorboren van het laatste stukje naar de buitenzijde. Doe dit met lichte druk, anders loop je het risico dat er een stuk hout naar buiten afsplijt.

  • Bij montage van een slot met losse buitencilinder is het belangrijk om de juiste positie aan te houden. D.w.z. dat de nieuwe buitencilinder op dezelfde plaats komt te zitten als de oude (i.v.m. de doornmaat). Gewoonlijk is er een afdruk van de oude cilinderrozet op de deur zichtbaar. Is de nieuwe rozet even groot dan plaats je deze eenvoudig op dezelfde plek. Is de nieuwe rozet groter dan is het belangrijk dat je goed de positie van de doornmaat bepaalt.   
  • Verzink de montageplaat voor de staartcilinder (aftekenen met potlood en 2 á 3mm diep uithakken met beitel). Hiermee voorkom je dat deze na montage mogelijk op de binnenplaat van het slot drukt. Verzinken is overigens niet bij alle slotuitvoeringen nodig.

  • Houd bij het op lengte knippen van de cilinderstaart rekening met de diepte van het staartgat in het slot; een te lange staart kan frictie veroorzaken als het slot op de deur wordt vastgeschroefd. Te kort mag hij natuurlijk zeker niet zijn; je hebt dan een onbruikbaar slot.

    Let op:
    oplegsloten met een verstelbare doornmaat (van bijvoorbeeld het merk Lips) worden vaak gemonteerd op een losse tussenplaat, vergeet de dikte daarvan niet als je de lengte van de cilinderstaart bepaalt.

    Het op lengte knippen van de cilinderstaart gaat het best met een goede kniptang. Je kunt ook een haakse slijper gebruiken (met dunne doorslijpschijf). Gebruik van een gewone tang is riskant; de cilinderstaart kan hierbij op het verkeerde punt afbreken.

Lastig bij oplegsloten met losse staartcilinder is het goed gecentreerd monteren ervan. Het slot zal alleen soepel werken als de cilinderstaart loodrecht in het staartgat van het slot valt. Doe hiervoor het volgende (nadat de staartcilinder is gemonteerd):

  1. Houd de accuboor en een montageschroef voor de slotkast van het slot paraat. Steek de sleutel in de buitencilinder en manoeuvreer slotkast en staartcilinder nu zo dat de staart in het staartgat valt. Dit vergt enige handigheid. Let op dat je de sleutel niet al doende een halve slag draait anders moet je misschien opnieuw beginnen (de sleutel zal anders alleen nog in de halve sluitstand uit de cilinder kunnen worden gehaald).

  2. Is dit gelukt, druk de slotkast dan tegen de deur en schuif deze nu in de positie waarin het slot het soepelst draait en je de minste weerstand voelt bij het draaien van de sleutel.

  3. Draai één van de schroeven voor de slotkast in. Het kan zijn dat het oplegslot
    hierbij wat verschuift omdat de schroef in het schroefgat van het oude slot trekt. Draai de schroef wel vast. Let op in welke richting de slotkast eventueel verschuift.

    Als het slot verschuift (de sleutel draait niet soepel meer) geef dan één of twee tikken op de slotkast (tegengesteld aan de schuifrichting) met de rubber- of houten steel van je hamer tot je voelt dat het slot weer goed werkt. Boor vervolgens de overige schroefgaten een klein stukje voor (2 of 3mm) met een 4 of 5mm boor. Hiermee verklein je de kans dat ook deze in de bestaande, oude gaten lopen.

    Tip:
    mocht je een lijmklem hebben, gebruik deze dan om het slot op de juiste positie vast te zetten. Ook hierna wel alle schroefgaten even voorboren.

    Probeer na iedere ingedraaide schroef of de sleutel nog soepel draait. Zo niet, corrigeer dan zoals hiervoor beschreven. Na de tweede schroef zou het scheeftrekken eigenlijk niet meer moeten optreden. Blijft de sleutel na het aandraaien van de schroeven stroef draaien dan zou het ook kunnen zijn dat de cilinderstaart iets te lang is of dat de montageplaat op de binnenplaat van het slot drukt.

Montagetips: het nieuw plaatsen van oplegsloten

Volg voor nieuw montage van oplegsloten de meegeleverde montagehandleiding.

Aanvullende tips:

speedboor
  • Boor je het cilindergat met een gatenzaag (zie afbeelding boven) gebruik er dan een met geleidingsboor, anders veroorzaak je vrijwel zeker schade aan je deur (gatenzagen hebben de neiging weg te rollen).

  • Boor je het cilindergat met een speedboor of gatenzaag, begin dan aan de buitenzijde van de deur. Bij het doorboren naar de andere zijde kan er soms een stuk hout afsplijten. Aan de binnenzijde van de deur is dit niet zo erg; daar wordt toch het slot overheen geplaatst.

  • Montage van de sluitkom: Wees voorzichtig met het uithakken van de diepte van de sluitkom. Hak je teveel weg dan moet je het kozijn weer opvullen. De sluitkom zit goed als de deur in afgesloten stand nog een millimetertje speling heeft en als het slot net zo makkelijk kan worden dichtgedraaid met de deur open als met de deur dicht.

Oplegslot werkt niet goed

Werken oplegsloten niet goed dan is verzakking of werking van deur of kozijn vaak de oorzaak; slot en sluitkom corresponderen niet goed meer met elkaar. Slechte werking kan ook het gevolg zijn van slijtage of het drooglopen van het sluitwerk. Andere voorkomende problemen kunnen zijn:

Sleutel gaat moeilijk in slot   Deur valt moeilijk in slot   Cilinder zit los

De meest voorkomende oorzaken van slechte werking: 

  • De buitencilinder is defect, versleten of drooggelopen
  • Het oplegslot is defect, versleten of drooggelopen
  • Je hebt een slechte sleutelkopie
  • Slot en cilinder zijn niet correct gemonteerd (in geval van oplegslot met losse buitencilinder)
  • De slechte werking van het deurslot is het gevolg van werking en/of verzakking van deur of kozijn hoogte en/of diepte van het slot en de sluitkom corresponderen niet meer waardoor het slot niet goed meer sluit.

Bepaal oorzaak en oplossing aan de hand van onderstaande situaties:

Situatie 1: Slot werkt slecht met de deur dicht maar goed met de deur open

Werkt het slot goed met de deur open maar slecht met de deur dicht dan is verzakking of werking van deur of kozijn de meest waarschijnlijke oorzaak; hoogte of diepte van slot en sluitkom corresponderen niet goed meer met elkaar. Wat je kunt doen:

  • Kijk hoe en waar de dag- en nachtschoot in de sluitkom vallen (makkelijk te zien bij oplegsloten).

    Zit de sluitkom te hoog of te laag, verplaats deze dan zoals nodig. Waarschijnlijk moet het sluitkomgat in het kozijn hiervoor wat worden geruimd met beitel en/of boor.

    Is de hoogte van de sluitkom goed dan zit de deur 'te strak' dicht. De sluitkom dient dan  iets naar binnen te worden verplaatst. In dat geval moet het sluitkomgat worden opgevuld met een vulplaatje (van één of twee millimeter, afhankelijk van de nodige correctie).

    Opmerking: Controleer eerst of de deur klemt. Een klemmende deur kan vaak niet helemaal dicht waardoor ook het slot niet goed kan sluiten. Maak in dat geval eerst de deur pas.

Situatie 2: Slot werkt even slecht met de deur dicht als met de deur open

Werkt alleen de buitencilinder slecht dan is deze defect, versleten of uitgedroogd, of oplegslot en cilinder zijn niet correct gemonteerd (het laatste alleen mogelijk als het gaat om een oplegslot met losse buitencilinder). Om de oorzaak te bepalen:

  • Spuit een beetje slotspray in de buitencilinder (gebruik hiervoor uitsluitend spray waarvan op de bus staat dat hij geschikt is voor het smeren van cilinders). Werkt het slot hierna goed dan is het probleem natuurlijk opgelost. 
  • Werkt het slot nog steeds slecht dan is óf de buitencilinder versleten, óf oplegslot en cilinder zijn niet correct gemonteerd. Om te bepalen wat het probleem is (alleen van toepassing op sloten met losse buitencilinder):

  • Demonteer het oplegslot en probeer de werking van de buitencilinder.

  • Werkt de buitencilinder nog steeds slecht dan is slijtage ervan de oorzaak. Het slot zal moeten worden vervangen.

  • Werkt de buitencilinder als het van de deur is gehaald wél goed (niet van toepassing op sloten met vaste buitencilinder) dan is verkeerde montage de oorzaak van het probleem. Het meest waarschijnlijke is dat het staartje van de cilinder niet loodrecht in het staartgat van het oplegslot valt. Het slot zal opnieuw moeten worden gemonteerd. Voor montagetips, zie hierboven.

    Opmerking: In deze situatie kan de oorzaak van slechte werking ook nog zijn dat de cilinderstaart te lang is of dat het slot op de montageplaat van de buitencilinder drukt. In dat geval zal het oplegslot altijd slecht moeten hebben gewerkt. 

Werken zowel de binnen- als de buitencilinder slecht dan kunnen daar de volgende oorzaken voor zijn: Óf de sleutel is niet goed, óf het oplegslot is drooggelopen, óf het slot is versleten (vierde mogelijkheid kan zijn dat beide cilinders tegelijkertijd zijn versleten maar dit is onwaarschijnlijk).
Om de oorzaak te bepalen: 

  • Smeer het binnenwerk van het slot (hoe je dit doet kun je lezen op deze pagina). Geeft dit geen verbetering:

  • Heb je meerdere sleutels probeer die eerst. Heb je er een die wel goed werkt dan is het probleem opgelost: maak kopieën van de goede sleutel en gooi de slechte weg.
    Heb je geen extra sleutels of werken eventuele andere sleutels even slecht dan kun je er van uitgaan dat slot of cilinders versleten zijn. Het slot zal moeten worden vervangen.
Cilinderset voor oplegslot

Opmerking: Sommige merken oplegsloten  (Lips, Nemef, Necoloc) leveren ook losse cilindersets. Ligt het probleem bij de cilinders (waar de sleutel in gaat) dan kun je mogelijk nog een nieuwe cilinderset aanschaffen. Dit geldt niet voor alle merken en modellen.
Cilindersets van hierboven genoemde merken zijn verkrijgbaar bij de professionele bouwmarkt, de slotenspeciaalzaak en online, o.a. bij Slotenshop.

Sleutel gaat moeilijk in het slot

Ook voor oplegsloten geldt: Gaat de sleutel moeilijk in het slot dan is uitdroging van de cilinder vaak de oorzaak. Een beetje slotspray doet in dat geval vaak wonderen. Gebruik voor cilinders uitsluitend slotspray, geen andere vetproducten. Gaat de sleutel hierna nog steeds moeilijk in de cilinder dan is hij zeer waarschijnlijk verbogen of beschadigd.

Is de sleutel verbogen, buig deze dan voorzichtig recht. Een eenvoudige manier is om de sleutel in het slot te steken tot waar de buiging zit. Buig de sleutel vervolgens voorzichtig recht.
Is de sleutel erg gebogen dan is het verstandiger om hem mee te nemen naar een sleutelmaker en er een kopie van te laten maken (bij het rechtbuigen van een erg gebogen sleutel kan er namelijk een haarscheurtje ontstaan; de sleutel kan daarna makkelijk breken).

Is een sleutel beschadigd of verbogen dan kan er vaak nog wel een goede kopie van worden gemaakt.

De deur valt moeilijk in het slot (moet hem altijd hard dichttrekken)

Dit probleem kan voorkomen bij alle sloten. Zijn de dagschoot en de rand van de sluitkom (waarop de dagschoot bij het sluiten aanslaat) erg droog dan kan dit bij het sluiten veel weerstand opleveren. Een beetje vet op de dagschoot (op de afgeschuinde kant) lost het probleem vaak op.

Dagschoot

Helpt dit niet dan moet de oorzaak worden gezocht in een te strak (diep) gemonteerde sluitkom of sluitplaat. Dit kan o.a. gebeuren door het geleidelijk krom trekken van een deur. Verplaats in dat geval de sluitkom een paar millimeter naar binnen zodat de deur wat meer speling heeft.

Het kan ook zijn dat de sluitkom iets te hoog zit. Je kunt dit eenvoudig controleren door de deur te sluiten en te kijken of de dagschoot niet aanloopt op de onderrand van de sluitkom. In dat geval zie je daar vaak ook een slijtplek. Is dat zo, verplaats de sluitkom dan eenvoudig wat naar beneden.

Eén van de cilinders zit los

Zowel binnen- als buitencilinders van oplegsloten kunnen in een enkel geval los gaan zitten. Wacht er in dat geval niet te lang mee om ze weer vast te zetten. Komt de buitencilinder erg los te zitten dan kan de cilinderstaart uit het slot raken en werkt het slot niet meer.
Zit de binnencilinder los dan kunnen de interne montageschroeven daarvan het slot blokkeren.

  • In geval van oplegsloten met losse buitencilinder:
    Zit de buitencilinder los, schroef dan het oplegslot van de deur en draai de loszittende cilinderschroeven op de montageplaat (die op de deur zit) weer vast.

    Zit de binnencilinder los, schroef dan het oplegslot van de deur. Schroef hierna de binnenplaat van het slot los. In de slotkast, onder het sluitwerk, zitten de twee schroeven waarmee de binnencilinder vast zit. Draai deze schroeven weer vast. Het kan zijn dat één van de schroeven alleen bereikbaar is als je de nachtschoot van het slot uitdraait.
  • In geval van oplegsloten met vaste buitencilinder:
    Schroef het oplegslot van de deur en schroef de binnenplaat van het slot los. Aan de binnenzijde van de binnenplaat zitten de twee schroeven waarmee cilinder en cilinderkoker vastzitten. Draai deze vast.

    Het vastzetten van de binnencilinder van dit slot gaat op dezelfde manier als bij een slot met losse buitencilinder (zie info hierboven).

Let op! Het binnenwerk van oplegsloten is niet gecompliceerd maar sommige onderdelen kunnen op veerspanning staan. Kijk voor je iets doet hoe en waar de onderdelen precies geplaatst zijn, anders weet je misschien niet meer hoe ze teruggeplaatst moeten worden. Maak voor de zekerheid een foto.  

De meest voorkomende oplegsloten zijn die van de merken Lips, Cisa en Yale.

Terug naar de startpagina...

Terug naar boven

Ben je geholpen met de informatie op onze site?
Een Facebook Like (rechts boven) zouden wij zeer op prijs stellen.  









Kijk bij misdaad in kaart  op de site van de politie als je wilt weten hoe vaak er bij jou in de buurt wordt ingebroken...



Waarschuwing!
Pas op voor malafide slotenmakers!

 Vraag altijd een duidelijke prijsopgave vooraf!
Waarom?
lees dit artikel van Tros/Avro Opgelicht

Bekijk ook deze video

Slotenmaker Ruud
Uw slotenmaker voor Amsterdam en omgeving

Voor hulp bij buitensluiting en het vervangen en plaatsen van sloten

Snel en goedkoop
Meer dan 19 jaar ervaring